|
Maandag 13 Oktober 2008 05:29 |
Het is weer even geleden dat ik heb geschreven. Dat komt omdat ik een intensieve week duiken en reizen achter de rug heb. Eindelijk losgeweekt uit Bali ben ik, eerst met de bus en later met de ferry, overgestoken naar Lombok. Dat heb ik zo getimed dat de Idul Fitri vakantie voorbij was en het normale leven op Lombok en de Gili eilanden (waar men overwegend moslim is) weer hervat was. Ik hou ervan om overdag te reizen omdat je dan het meest van het land ziet. En wat dat betreft kun je met die overtocht en de busreizen aan weerszijden van de straat van Lombok je hart ophalen. Lombok is wat woester, wat droger en vooral veel rustiger dan Bali. Zowel op de heen- als de terugreis naar de Gili eilanden maak ik een tussenstop in Senggigi. Dit is de bekendste badplaats van Lombok en het is er goed toeven. Het is toegankelijk maar niet te toeristisch. Misschien komt dat omdat het inmiddels oktober is. Om naar 1 van de 3 bekende Gili eilanden, Gili Air, Gili Meno en Gili Trawangan, te komen ga je met de bus naar de noordwest punt van Lombok en neem je daar een bootje. Van Senggigi kun je 2 routes nemen, eerst terug naar het zuiden en dan op een hoofdweg naar het noorden. Je rijdt dan door de jungle en de bergen. Een mooie route want je ziet wat van het binnenland en je komt er hele massa's apen tegen. Maar de kustroute die langzaam naar het noorden krult is werkelijk prachtig. Hij kronkelt lang kleine baaien omhoog en naar beneden. Het doet wel wat mediterraan aan, maar de palmbomen verraden dat je toch echt in de tropen zit.
|
|
Dinsdag 30 September 2008 08:54 |
Ramadan heeft toch wel een flinke impact op m'n reis. Soms is dat prettig (voor de rust en de unieke timing), en soms onhandig (als je een broodje half om wilt eten om 12 uur 's middags bijvoorbeeld). Op 1 oktober was het suikerfeest. Dan gaat heel Java met vakantie, en dus wilde ik voor 1 oktober Java af zijn en naar het overwegend Hindoestaanse Bali. Alle kustplaatsen in Bali lopen dan vol met Moslimtoeristen dus heb ik het heuvelland van Ubud opgezocht. Ubud is het culturele centrum van Bali. Nou ja, het is het culturele alternatief voor de grote toeristenkermis van Kuta. Maar om eerlijk te zijn is het wat te toeristisch voor mij. Ik had me er in ieder geval meer van voorgesteld. Desondanks ben ik er zes dagen blijven hangen. Dolce far niente. Lekker gelezen, ik begin nu in boek numero vijf, een massage gedaan, een beetje rondgelopen, veel verschillende fruitsapjes geprobeerd, en meer van dat werk. En ik heb ook nog gewerkt: een dag lang ploeteren op een huurfiets om over de heuvels op Bali te raken. Fietsen is een ideale manier om wat rijstvelden fotograferen en te ontsnappen aan de prullariawinkeltjes. Verder nog op bezoek geweest in een museum (Neka museum, erg mooi) en een Kecak voorsteling bezocht, en her en der een foto genomen van de vele monumenten, processies en ceremonies. En dan zijn er, voor je het weer, zes dagen voorbij. Niet dat Ubud nu zo spectaculair is. Maar een beetje temporiseren na het vlotte reizen van de afgelopen weken kon geen kwaad. Daar is Ubud met z'n westerse comfort erg geschikt voor. Een paar dagen ergens blijven hangen geeft je wel mooi de gelegenheid om eens goed te observeren.
|
|
Dinsdag 30 September 2008 08:36 |
De avond voor vertrek uit Yogyakarta heb ik een afspraak met Hester. Hester is een studiegenote die nu met haar Indonesische vriend op Java woont. Ze brengt het jaar echter deels door in Aceh, waar ze ontwikkelingswerk doet voor Oxfam naar aanleiding van de grote tsunami 5 jaar geleden. Door een beetje te puzzelen met mijn reisschema (lees: een paar extra dagen rondwandelen en lezen) kan ik haar treffen als zij ook in Jogja is. We hebben een lekkere hap gegeten en ik heb eens wat beter kennis kunnen maken met haar vriend Happy. Happy heeft een boekenwinkeltje in de backpackersbuurt in Jogja. Verder regelt hij ook tours voor touristen, onder andere naar de vulkanen Bromo en Kawah Ijen. Met wat telefoontjes is alles vlug geregeld en zo gaat de koers verder oostwaarts voor wat serieus reis- en klimwerk. In drie dagen trek ik van Yogyakarta op centraal Java over Bromo en Kawah Ijen naar Bali. Dat houdt in: meer dan 600 kilometer met de bus, terreinwagen en veerboot, twee keer van zeeniveau naar bijna 3 kilometer hoogte, van een graad of 30 naar een graad of 5 en de klok 1 uur vooruit. Stevige kost voor de wereldreiziger dus.
|
|
Donderdag 25 September 2008 17:44 |
Yogyakarta, meestal Jogja genoemd, is andere (spek)koek. De stad is het hart van Java, zowel geografisch als cultureel. Voor de toerist leidden alle wegen naar Jogja. Waar de grote trekpleisters van de Javaanse toeristenindustrie op betrekkelijk korte afstand vandaan liggen: Borobudur, Prambanan en de vulkaan Bromo. De tocht vanuit Pangandaran gaat in twee etappes: eerst rijd je met een busje naar het station van Sidareja, en daar stap je op de doorgaande trein van Bandung naar Yogyakarta. Als je aan de linkerkant van de trein zit heb je uitzicht op de klassieke toeristenfoto's van Indonesië. Uitgestrekte rijstvelden, omlijst door palmen, met op de achtergrond nu eens een berg, dan weer een vulkaan. De rijstvelden zijn op het moment alleen bruin, niet groen, op een enkel veldje na. De nieuwe rijst wordt namelijk nu, aan het eind van het droge seizoen pas in groten getale geplant. En dat gebeurt gewoon met de hand, elk plantje apart. Dus ik ben maar wat blij dat ik webdude ben en geen rijstboer.
|
|
Zondag 21 September 2008 07:27 |
Pangandaran dus, zeg dat maar eens 10 keer achter elkaar. Na een flinke rit vanuit Bandung, acht uur lang opgevouwen in een minibusje, ben ik aangekomen in dit onuitspreekbare maar heerlijke stadje aan de zuidkust van Java. Pangandaran ligt op een landtong die uitsteekt in de Indische oceaan. Er hangt meestal een verfrissend briesje en overal op het schiereiland kun je de zee horen bulderen. Helemaal aan het einde ligt een nationaal park, met apen, toekans, papegaaien en ander wild. Maar, ik ben er niet geweest. Verder hebben ze hier zwaar te lijden onder het enorm teruggelopen toerisme. Sommige bewoners hebben het vissersbestaan weer opgepakt. Het weststrand ligt dan ook vol met kleurige boten. En voor de oostkust zie je een palendorpje in de zee liggen. Daar vangen ze 's nachts vis met lichten en optakelbare netten. En die vis beland dan 's avonds bij Bassie op het bordje. Op de vismarkt hier, wijs je er één aan en nog een paar enorme garnalen, en die worden dan voor je neus, gekruid, geroosterd, of gebakken. Heerlijk! Verder hebben ze hier 2 jaar geleden een kleine tsunami gehad, niet de grote van kerst 5 jaar geleden, maar een kleinere. Desondanks is toen is een deel van het dorp verwoest. Daarom hebben ze nu een muur langs het strand lopen over de volledige lengte van de kust. En alle stalletjes die voorheen op het strand stonden mogen daar nu niet meer staan. Toch is de wederopbouw al een eind gevorderd en je ziet niet veel sporen van de tsunami terug.
|
|
|